Samenvatting
Grammatica-overzicht · Naamvallen in de zin
Het overzicht voor vorm, functie, ontledingsvraag en vertaling.
1
Syntaxis van de naamvallen
Vorm, functie, herkenning, ontledingsvraag, vertaling en voorbeeld in één overzicht.
| Naamval | Functie in de zin | Hoe herken je het? | Ontledingsvraag | Typische vertaling | Voorbeeld | Tip |
|---|---|---|---|---|---|---|
| nominatief | O onderwerp | Het woord of de woordgroep die zegt wie of wat iets doet of is. | Wie/wat + PV? | gewoon als onderwerp | Marcus venit. | Past bij de persoonsvorm. |
| NWDG naamwoordelijk deel van het gezegde | Komt voor bij een koppelwerkwoord zoals esse. Het zegt wie, wat of hoe het onderwerp is. | Wie/wat/hoe is het onderwerp? | is / wordt / blijft ... | Marcus consul est. | Bij esse staat er geen lijdend voorwerp. | |
| accusatief | LV lijdend voorwerp | Het woord of de woordgroep die zegt wie of wat het onderwerp doet, ziet, geeft, neemt ... | Wie/wat + PV + O? | gewoon als lijdend voorwerp | Ariadna signa dat. | Zonder voorzetsel is een accusatief vaak LV. |
| BWB bijwoordelijke bepaling met voorzetsel | Er staat een voorzetsel voor. De hele voorzetselgroep geeft extra info bij de handeling. | Waarheen? Wanneer? Waar? + PV + O? | volgens het voorzetsel, vaak naar / bij / in ... | in oppidum | Let op het voorzetsel: dat bepaalt vaak de vertaling. | |
| genitief | BVB bijvoeglijke bepaling | Het woord zegt iets meer over een zelfstandig naamwoord. | Welke? Van wie? Van wat? | meestal met van | filius regis | Zoek bij welk substantief de genitief hoort. |
| datief | MV meewerkend voorwerp | Het woord zegt aan wie iets gegeven, gezegd of getoond wordt. | Aan wie + PV + O + LV? | met aan | regi signa dat. | De ontvanger is vaak MV. |
| BWB voor- of nadeel | Het woord zegt voor wie iets gebeurt. Dit is niet hetzelfde als MV. | Voor wie + PV + O + LV? | met voor | puero laborat. | Niet elk datiefwoord is automatisch MV. | |
| ablatief | BWB bijwoordelijke bepaling zonder voorzetsel | Het woord geeft extra info over plaats, tijd, middel, manier of oorzaak. | Waar? Wanneer? Waarmee? Hoe? Waardoor? | vaak met in / op / met / door | gladio pugnat. | De context beslist de precieze vertaling. |
| BWB bijwoordelijke bepaling met voorzetsel | Er staat een voorzetsel voor. De hele voorzetselgroep geeft extra info bij de handeling. | Waar? Waarmee? Waardoor? + PV + O? | volgens het voorzetsel, vaak in / op / met / uit / door ... | in villa | Let op: sommige voorzetsels vragen accusatief, andere ablatief. |