MagistrAI
MagistrAI
Latijncoach
DashboardExamenWoordenschatTekstenTheorieResultaten
Aanmelden
Dashboard
Samenvatting

Grammatica-overzicht · Voorzetsels en bepalingen

Voorzetsels, BVB, BWB, NWG, NWDG en WWG in dezelfde structuur als de aangeleverde tabellen.

Voorzetsels met accusatief

Deze geven vaak richting, beweging of traject aan.

VoorzetselBetekenisVoorbeeldVraag
adnaar, tot bijad urbemwaarheen?
antevoorante portamwaar? / wanneer?
apudbijapud amicumwaar?
in + acc.naar, in, bij bewegingin urbemwaarheen?
intertusseninter amicoswaar?
perdoor, overper viamwaarlangs?
postna, achterpost cenamwanneer?
transovertrans flumenwaarover?

Voorzetsels met ablatief

Deze geven vaak plaats, rust, middel of begeleiding aan.

VoorzetselBetekenisVoorbeeldVraag
in + abl.in, opin viāwaar?
cum + abl.metcum amicomet wie?
sine + abl.zondersine timorehoe?
ex / e + abl.uitex urbewaarvandaan?
ab / a + abl.van, weg vanab urbewaarvandaan?
de + abl.van, overde regewaarover?

Bijvoeglijke bepaling en bijwoordelijke bepaling

AfkortingHoort bijVorm / naamvalVraagVoorbeeld
BVBzelfstandig naamwoordadjectief: zelfde naamval, genus en getal als de kernWelke? Wat voor een?dūrus dux = een strenge leider
BVBzelfstandig naamwoordgenitiefVan wie? Van wat?filius rēgis = de zoon van de koning
BWBwerkwoord of hele zinvoorzetsel + accusatiefWaarheen? Waarlangs?ad urbem = naar de stad
BWBwerkwoord of hele zinvoorzetsel + ablatiefWaar? Wanneer?in viā = op de weg
BWBwerkwoord of hele zinablatief zonder voorzetselHoe? Waarmee?
Waardoor? Wanneer?
gladiō = met een zwaard
BWBwerkwoord of hele zindatiefVoor wie? Voor wat?Marcō librum dat = hij geeft Marcus een boek

Naamwoordelijk gezegde, naamwoordelijk deel van het gezegde en werkwoordelijk gezegde

AfkortingHoort bij / bestaat uitVorm / naamvalVraagVoorbeeld
WWGde persoonsvorm / het
werkwoord
vervoegd werkwoord, geen naamvalWat doet het onderwerp?Milites dormiunt. = de soldaten slapen
NWGkoppelwerkwoord +
NWDG
koppelwerkwoord + nominatiefWie/wat/hoe is het
onderwerp?
dūrus est in Dux dūrus est.
NWDGdeel van het NWGsubstantief of adjectief in de
nominatief
Wie/wat/hoe is het
onderwerp?
dūrus in Dux dūrus est.

Koppelwerkwoorden zijn: esse, fierī, manēre.

MagistrAI · jouw slimme Latijncoach · Disce quasi semper victūrus