MagistrAI
MagistrAI
Latijncoach
DashboardExamenWoordenschatTekstenTheorieResultaten
Aanmelden
Dashboard
Samenvatting

Grammatica-overzicht · Werkwoorden

Vervoegingsmodellen, onregelmatige werkwoorden, voorvoegsels en alle werkwoorden uit dit jaar.

VervoegingsmodellenOnregelmatige werkwoordenVoorvoegsels bij werkwoordenAlle werkwoorden van dit jaar
1

Vervoegingsmodellen

De modelwerkwoorden naast elkaar: amare, monere, audire, tegere en capere.

Modelwerkwoorden

amare
1e vervoeging
monere
2e vervoeging
audire
4e vervoeging
tegere
3e vervoeging
capere
gemengde vervoeging
indicatief praesens
enkelvoud1e persoonamomoneoaudiotegocapio
2e persoonamasmonesaudistegiscapis
3e persoonamatmonetaudittegitcapit
meervoud1e persoonamamusmonemusaudimustegimuscapimus
2e persoonamatismonetisauditistegitiscapitis
3e persoonamantmonentaudiuntteguntcapiunt
imperatief
enkelvoudamamoneauditegecape
meervoudamatemoneteauditetegitecapite
2

Onregelmatige werkwoorden

De basiswerkwoorden staan voluit. Samenstellingen staan compact onder hun model.

esse

zijn

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesenssumesestsumusestissunt
futurum simplexeroeriseriterimuseritiserunt
imperatiefeseste

Samenstellingen met esse

infinitief1e pers. enk.vertaling(en)
adesseadsumaanwezig zijn, bijstaan
abesseabsumafwezig zijn, verwijderd zijn
prodesseprosumnuttig zijn

ire

gaan

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesenseoisitimusitiseunt
futurum simplexiboibisibitibimusibitisibunt
imperatiefiite

Samenstellingen met ire

infinitief1e pers. enk.vertaling(en)
exireexeoweggaan uit
abireabeoweggaan
inireineobinnengaan in, beginnen

ferre

dragen, brengen

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesensferofersfertferimusfertisferunt
imperatiefferferte

Samenstellingen met ferre

infinitief1e pers. enk.vertaling(en)
adferreadferoaanbrengen
offerreofferoaanbieden
auferreauferowegnemen, roven
proferreproferote voorschijn brengen, voortbrengen

posse

kunnen

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesenspossumpotespotestpossumuspotestispossunt

velle

willen

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesensvolovisvultvolumusvultisvolunt

nolle

niet willen

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesensnolonon visnon vultnolumusnon vultisnolunt
imperatiefnolinolite

malle

liever willen

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesensmalomavismavultmalumusmavultismalunt

fieri

gebeuren, worden

tijd1e ev.2e ev.3e ev.1e mv.2e mv.3e mv.
indicatief praesensfiofisfitfimusfitisfiunt
3

Voorvoegsels bij werkwoorden

VoorvoegselBetekenisVoorbeeldBetekenis voorbeeld
ab-af-, weg-abesseweg zijn
ad-erbij-, naaradspicerebekijken
con-/com-samen-conveniresamenkomen
de-weg, naar benedendeferrewegbrengen
e-/ex-uiteducereuitleiden
in-in/op of naarinirebinnengaan
re-terugreducereterugleiden
4

Alle werkwoorden van dit jaar

Gegroepeerd per vervoeging of type. De tweede kolom is de 1e persoon enkelvoud zoals in de woordenlijst.

1e vervoeging

Infinitief1e pers. enk.VertalingIter
cogitarecogitonadenkenIter 3
expectareexpectowachten / verwachtenIter 3
starestostaanIter 3
daredogevenIter 4
servareservoredden / bewarenIter 4
amareamohouden van / graag zien / beminnenIter 5
clamareclamoroepenIter 5
dubitaredubitotwijfelen / betwijfelen / aarzelenIter 5
parareparoklaarmakenIter 5
properareproperozich haastenIter 5
spectarespectokijkenIter 5
appellareappelloaanspreken / noemenIter 6
portareportodragenIter 6
pugnarepugnovechtenIter 6
vocarevocoroepen / noemenIter 6
curarecurozorgen voorIter 9
mutaremutoveranderenIter 9
excitareexcitowekken / ophitsenIter 10
laborārelabōro(hard) werkenIter 11
laudārelaudoprijzenIter 11
rogārerōgovragenIter 11
probāreprōbogoedkeuren / bewijzenIter 12
temptāretemptoproberen / op de proef stellenIter 12
narrarenarrovertellenIter 14

2e vervoeging

Infinitief1e pers. enk.VertalingIter
iubereiubeobevelenIter 3
maneremaneoblijven / te wachten staanIter 3
timeretimeovrezenIter 3
viderevideozienIter 3
haberehabeohebben / houden / beschouwen alsIter 4
respondererespondeoantwoordenIter 4
tenereteneohouden / vasthoudenIter 4
gauderegaudeoblij zijnIter 5
deberedebeomoeten / verschuldigd zijnIter 6
moneremoneowaarschuwenIter 6
moveremoveodoen bewegen / beïnvloeden / rakenIter 6
complerecompleovullen / vervullenIter 8
sederesedeozittenIter 8
apparereappareoverschijnen / blijkenIter 9
audereaudeodurvenIter 10
sustinēresustineotegenhouden / dragen / verdragen / doorstaan / uithoudenIter 12
terrēreterreoschrik aanjagenIter 12
flerefleo1. wenen; 2. bewenen, wenen omIter 15

3e vervoeging

Infinitief1e pers. enk.VertalingIter
accidereaccidogebeurenIter 3
diceredicozeggenIter 3
ponereponoplaatsenIter 3
viverevivolevenIter 3
accedereaccedonaderen / erbij komenIter 4
colerecolobewerken / bewonen / vererenIter 4
crederecredogelovenIter 4
defenderedefendoverdedigenIter 4
occidereoccidododenIter 4
peterepetovragen / opzoeken / gaan naarIter 4
sumeresumonemen / aannemenIter 4
cogerecogosamenbrengen / dwingenIter 5
considereconsidogaan zittenIter 5
currerecurrolopen / rennenIter 5
deessedesumontbrekenIter 5
ducereducoleidenIter 5
procedereprocedovooruitgaan / tevoorschijn komenIter 5
relinquererelinquoachterlaten / verlatenIter 5
statuerestatuobeslissenIter 5
tenderetendospannen / gaan naarIter 5
tolleretolloopheffen / meenemen / wegnemenIter 5
amittereamittowegzenden / verliezenIter 6
mitteremittosturen / zendenIter 6
quaererequaerozoeken / vragenIter 6
vincerevincooverwinnenIter 6
agereagodrijven / doen / handelen / onderhandelenIter 7
caderecadovallenIter 7
surgeresurgoopstaanIter 7
tegeretegobedekkenIter 7
traheretrahotrekkenIter 7
verterevertodraaien / omkerenIter 7
crescerecrescogroeienIter 9
descenderedescendoafdalenIter 10
emereemokopenIter 10
ostendereostendolaten zien / tonenIter 10
permitterepermittotoestaanIter 10
scriberescriboschrijvenIter 10
se recipereme recipiozich terugtrekkenIter 10
desineredesinoophoudenIter 11
pellerepelloverdrijvenIter 11
dederededouitleverenIter 13
dimitteredimitto1. wegsturen; 2. loslatenIter 13
legerelego1. verzamelen; 2. lezenIter 13
traderetrado1. overleveren; 2. overhandigenIter 13
veherevehovervoeren / voerenIter 13
consistereconsistoblijven staanIter 15
intellegereintellegobegrijpen / inzienIter 15
invadereinvado1. binnendringen; 2. aanvallenIter 15
pergerepergoverdergaanIter 15
redderereddo1. teruggeven; 2. gevenIter 15
sineresinolaten gebeuren / latenIter 15
tangeretangoaanrakenIter 15

gemengde vervoeging

Infinitief1e pers. enk.VertalingIter
caperecapionemen / grijpen / veroverenIter 3
facerefaciodoen / makenIter 3
fugerefugiovluchtenIter 4
accipereaccipiovernemen / ontvangenIter 5
incipereincipiobeginnenIter 5
interficereinterficiododenIter 5
recipererecipioterugnemen / ontvangenIter 6
conspicereconspiciobemerkenIter 7
deficeredeficioin de steek laten / verzwakkenIter 7
cuperecupioverlangenIter 9
rapererapiosnel grijpen / rovenIter 10
adspicereadspicioaankijken / bekijkenIter 12
conficereconficio1. maken; 2. afmaken, ombrengenIter 15
iacereiaciowerpenIter 15

4e vervoeging

Infinitief1e pers. enk.VertalingIter
audireaudiohoren / luisterenIter 3
scirescioweten / kennenIter 3
venireveniokomenIter 3
convenireconveniosamenkomen / overeenkomenIter 5
pervenireperveniobereiken / aankomenIter 5
reperirereperiovinden / terugvindenIter 5
nescirenescioniet weten / niet kennenIter 6
invenīreinveniovinden / ontdekkenIter 12
aperireaperio1. openen; 2. bekendmakenIter 14
servireserviodienenIter 15

onregelmatig

Infinitief1e pers. enk.VertalingIter
essesumzijnIter 1
abesseabsumafwezig zijn / verwijderd zijnIter 2
adesseadsumaanwezig zijn / bijstaanIter 2
redireredeoteruggaan / terugkerenIter 3
ferreferodragen / brengenIter 5
abireabeoweggaanIter 8
exireexeoweggaan uitIter 8
inireineobinnengaan in / beginnenIter 8
ireeogaanIter 8
possepossumkunnenIter 8
adferreadferoaanbrengenIter 9
offerreofferoaanbiedenIter 10
prodesseprosumnuttig zijnIter 10
auferreauferowegnemen / rovenIter 12
fierifioworden / gebeurenIter 12
transiretranseoovergaan naar / gaan door of over / voorbijgaanIter 12
proferreprofero1. te voorschijn brengen; 2. voortbrengenIter 13
mallemaloliever willenIter 14
nollenoloniet willenIter 14
perirepereo1. omkomen; 2. vergaanIter 14
vellevolowillenIter 14
MagistrAI · jouw slimme Latijncoach · Disce quasi semper victūrus